Een indrukwekkende reis naar de Vlaamse Westhoek

Hill 60
Hill 60

Er zijn veel redenen om een stad of streek in het buitenland te bezoeken. Wij reisden af naar het zuidwesten van Vlaanderen om de geschiedenis in te duiken en lokale lekkernijen te proeven.

De Vlaamse Westhoek staat bekend om een aantal interessante zaken: de hopteelt en een paar van de beste bierbrouwers ter wereld, maar bovenal de diepe sporen die de Eerste Wereldoorlog heeft achtergelaten. Of zoals de Belgen het zeggen: de Groote Oorlog. Wij pakten de internationale trein richting het zuiden om dit allemaal ter plekke te ervaren. De eerste stop van de reis was Poperinge.

Deze stad speelde een unieke rol in de oorlog. Het was namelijk samen met Veurne de enige Belgische stad die tijdens de oorlog niet in de handen van de Duitsers viel. Poperinge was daarom vooral een stad waar soldaten heen gingen om even de strijd te doen vergeten. Eén van de bekendste plekken uit die tijd is het Talbot House, een ontspanningsoord en logement voor Britse soldaten. Nu kun je er nog steeds logeren en ervaren hoe het in die tijd moet zijn geweest.

Westvleteren, Sint-Bernardus en de Struise Brouwers

Iets verderop ligt het Hopmuseum van Poperinge. Binnen leer je er alles over de eigenschappen van deze bijzondere plant en dan natuurlijk in het bijzonder de rol die het speelt bij het brouwen van bier. Buiten is een terras waar je een flink aantal lokale bieren kunt proeven. Vanuit het Hopmuseum kun je ook fietstochten maken langs het Vlaamse landschap, de hopvelden en het zeer rijke aanbod aan brouwerijen. Binnen een kleine straal vind je hier dorpen als Vleteren (met de Sint-Sixtusabdij waar ze Westvleteren brouwen en de Struise Brouwers) en Watou (met Brouwerij Sint-Bernardus en Brouwerij Van Eecke waar ze de Kapittel en het Poperings Hommelbier brouwen). Wie een beetje doortrapt kan in 1 dag makkelijk 6 verschillende brouwerijen bezoeken.

Hopboerderij

Wij besluiten om naar de bron te gaan. Bij boerderij ‘t Hoppecruyt in het piepkleine dorpje Proven verbouwen ze hop voor brouwerijen in de wijde omgeving. Boerin Benedikte laat ons de velden zien waar de hop nog niet zo hoog staat, maar waar we wel een indruk krijgen van deze bijzondere plant. We leren van alles over hopsoorten, hopscheuten en lokale bieren. De proeverij na afloop maakt het helemaal af, zeker omdat Benedikte de accordeon pakt en een lofzang over de hop begint te zingen.

Veldhospitaal

Tijdens de rondrit langs de hopvelden en de brouwerijen in een klassieke Volkswagenbus van Rondje Westhoek is er ook tijd voor serieuze zaken. In het deel van Vlaanderen dat niet bezet was tijdens de Groote Oorlog stond vanzelfsprekend een veldhospitaal. Naast de plek waar dit hospitaal stond, ligt Lijssenthoek Military Cemetery. Hier liggen de soldaten die het niet overleefden begraven. Via een modern bezoekerscentrum, waar je persoonlijke verhalen van die soldaten kunt ontdekken, wandel je door de poort naar binnen.

Het bezoeken van een begraafplaats maakt altijd indruk. Zeker als je met een gids bent die je kan vertellen over hoe groot het aantal slachtoffers van de oorlog was en hoe jong de soldaten waren. Op dit soort plekken ontdek je pas echt hoe zinloos en bruut een oorlog is. Indrukwekkend is het hoekje waar Chinese slachtoffers liggen begraven. Soldaten kun je ze niet noemen. Deze jongens en mannen waren eerder slaven die het echt vuile werk in de loopgraven mochten opknappen. In die tijd kregen Duitse soldaten op een geallieerde begraafplaats een mooier plekje dan de Chinezen.

Onder de indruk van alle opgedane ervaringen brengt het busje ons naar Diksmuide voor een diner bij Père et Mére op de Grote Markt. Als je op dit plein om je heen kijkt, lijkt alles eeuwenoud. Totdat je naar de jaartallen op de gebouwen kijkt. Dan blijkt alles uit de periode 1919-1930 te komen. Iets wat we de komende dagen nog wel meer zullen zien. We zitten nu immers middenin het voormalige strijdgebied.

IJzertoren in Diksmuide
IJzertoren in Diksmuide

Diksmuide heeft twee plaatsen die doen herinneren aan 14-18. Allereerst de IJzertoren, een 84 meter hoog monument, met binnenin een indrukwekkend museum en bovenop een prachtig uitzicht. Een goede plek om de kennis over de Eerste Wereldoorlog bij te spijkeren. Het bizar om te zien en te lezen hoe een moord in Sarajevo een bloederige strijd in Vlaanderen tot gevolg kan hebben. Iets verderop, langs het riviertje de IJzer,  kun je de Dodengang bezoeken. Hier wandel je door bewaard gebleven loopgraven en kom je alles te weten over hoe het in die loopgraven geweest moest zijn. Langs dit deel van het front was het relatief rustig vanwege het onder water zetten van de polder Noord van de IJzer.

Duitse aanklacht tegen de oorlog

Iets verderop, in de bossen bij Vladslo, kun je het Deutscher Soldatenfriedhof Vladslo vinden. Op deze relatief kleine begraafplaats liggen maar liefst 25.644 Duitse soldaten begraven. Je kunt dus gerust van massagraven spreken. Tijdens en na de oorlog waren er veel meer Duitse begraafplaatsen. Na de Tweede Wereldoorlog wilden de Belgen hier echter van af en dwong men Duitsland om de ruim 100 begraafplaatsen terug te brengen tot 5. Indrukwekkend aan deze plek is het Treurend Ouderpaar, een sculptuur van de Duitse kunstenaar Käthe Kollwitz. Haar zoon Peter ligt er vlakbij begraven, hij was nog geen 18 jaar. Het standbeeld staat voor alle rouwende ouders en is een aanklacht tegen de opoffering van zoveel jonge levens voor een politieke oorlog.

Hierna komen we aan in Ieper. De stad staat als geen ander symbool voor de Groote Oorlog. Zeker omdat rondom de stad zeer hevig is gevochten. De sporen, of beter gezegd de littekens, hiervan zijn nog altijd zichtbaar. We pakken de fiets en rijden langs en over de heuvels van de Ieperboog. Deze heuvels liggen als een boog om de stad en waren strategisch heel belangrijk. Bizar genoeg waren de Duitse soldaten in de eerste dagen van de oorlog in de stad, waarna ze besloten dat de heuvels een betere plek waren. De 4 jaar erna is er tevergeefs geprobeerd om de stad alsnog in handen te krijgen. Met zo’n 600.000 slachtoffers als gevolg.

Tunnels en kraters

Als je in dit gebied fietst, zie je dat de strijd vaak maar om een paar meter terreinwinst ging en dat beide partijen eigenlijk elkaar 4 jaar lang in een wurggreep hebben gehouden. Eén van de manieren van de geallieerden om deze impasse te doorbreken, was het graven van tunnels. Voornamelijk Engelse mijnwerkers maakten tunnels die eindigden onder de Duitse stellingen. Met enorme springladingen bliezen ze vervolgens de boel op. Het resultaat hiervan is nog overal te zien. Vele diepe kraters zijn nu stille gedenktekens. De enorme Caterpillar Crater is het indrukwekkendst.

Caterpillar Crater
Caterpillar Crater

Middenin het bosrijke gebied rondom de Palingbeek is tegenwoordig een modern monument voor de oorlog te vinden. CWRM (Coming World Remember Me) bestaat uit 600.000 figuurtjes van klei die staan voor de slachtoffers van de oorlog. Als je dit enorme aantal bij elkaar ziet, krijg je een heel klein beetje besef van het vele bloed dat in deze streek is vergoten. Bezoekers kunnen een beeldje adopteren bij het bezoekerscentrum.  Er zijn natuurlijk rondom Ieper ook heel veel klassieke oorlogsmonumenten te vinden. Begraafplaats Tyne Cot bij Passendale is daarvan het indrukwekkendst.

Heel bijzonder is de dagelijkse herdenking van de slachtoffers onder de Menenpoort. Iedere avond om 8 uur komen mensen van over de hele wereld bijeen om stil te staan bij de akelige gebeurtenissen van 100 jaar geleden. Elke dag opnieuw staan hier ruim 1000 mensen en worden er vele kransen gelegd. En dat terwijl we in Nederland moeilijk doen over een herdenking die slechts 1 keer per jaar is.

De Menenpoort in Ieper
De Menenpoort in Ieper

Het duurde maar liefst 40 jaar om het kapotgeschoten Ieper weer op te bouwen na de oorlog. Winston Churchill wilde de stad in puin laten als monument, maar de lokale bevolking wilde gewoon weer naar huis. Als compromis mochten de Britten de Menenpoort bouwen. In de poort staan de namen van de bijna 55.000 vermiste Engelse soldaten die nooit een graf hebben gekregen. De ouden lakenhallen van Ieper herbergen nu het In Flanders Fields Museum, waar je op interactieve en zeer informatieve wijze alles over de oorlog te weten komt.

Nieuw museum

Gelukkig is het niet allen kommer en kwel in Ieper. Het stadje leent zich ook prima voor wandelen, winkelen en heerlijk eten. Aanraders zijn Het Dépot waar je, te midden van mooie spullen voor in je huis, heerlijk kunt eten. Of de Fonderie, voor een chique diner. Een klassiek Vlaamse maaltijd eet je bij ’t Klein Stadhuis, vanwaar je een prachtig uitzicht hebt. Fijne lokale delicatessen koop je bij Chez Marie op de Neermarkt. Voor een overnachting kan ik Hotel Ariane aanbevelen. Vanaf de zomer van 2018 kun je ook terecht in het nieuwe Yper Museum. Hierin kom je alles te weten over de lange en rijke geschiedenis van de stad. Ieper is namelijk veel meer dan een gedenkplaats voor de oorlog.

Meer informatie over een bezoek aan deze mooie en historische streek vind je op de website van Toerisme Westhoek.

Stadhuis Diksmuide
Stadhuis Diksmuide
Lokaal bier
Tyne Cot Cemetery in Passendale
Tyne Cot Cemetery in Passendale
Duitse begraafsplaats in Vladslo
Duitse begraafsplaats in Vladslo
Dodengang bij Diksmuide
Dodengang bij Diksmuide
Kunstproject CWRM in de Palingbeek
Kunstproject CWRM in de Palingbeek

Volg Mixed Grill op social media