Recensie: Vitalic/Bloody Beetroots/Boys Noize

bb

De afgelopen weken kwamen er, toevallig of niet, nieuwe platen uit van drie gelijkgestemde acts uit de dance-wereld. Deze heren zijn allen min of meer schatplichtig aan “grote broers” Daft Punk, en in mindere mate aan de brallerige “kleine neefjes” van Justice.

Te beginnen met Vitalic, oftewel de Fransman van Italiaanse afkomst, Pascal Arbez. In 2005 verscheen zijn eerste album, ‘OK Cowboy’ met daarop het door de broertjes Dewaele als 2 Many DJ’s bekend gemaakte ‘La Rock 01.’ Zijn muziek kenmerkt zich door een immer aanwezige, duistere ondertoon, maar af en toe ook een sterke rockinvloed, duidelijk te horen op nummers als ‘My Friend Dario.’ Maar ook bouwde hij met tracks als ‘Trahison’ voort op de door Daft Punk ingezette, stemmige moodmuziek, zoals die te horen was in ‘Veridis Quo,’ van hun meesterwerk ‘Discovery.’

Op zijn tweede langspeler ‘Flashmob’ zet Vitalic deze lijn voort, met dit keer nog iets meer nadruk op de dansvloer. De disco-invloeden zijn ditmaal sterker aanwezig, op eersteklas krakers als ‘Terminateur Benelux’ en (uiteraard) ‘Your Disco Song.’ Andere hoogtepunten zijn de vieze futuristische stampfunk van ‘Chicken Lady,’ en met ‘Second Lives’ weet hij een perfecte symbiose te creëren tussen de eerder genoemde, typische Franse ‘musique du mood’ en een absolute floorfiller, die het live zeker goed zal doen (Op 19 november is hij te zien in de Melkweg).

Zweterige nachtclub

Dan The Bloody Beetroots, die nog het makkelijkst te omschrijven zijn als “de Italiaanse Justice.” Waar het Franse duo zich onderscheidt met hippe leren jasjes en rommelig haar, dragen deze twee Italianen (producer Bobby Rifo en DJ Tommy Tea) achter de draaitafels door Marvel Comics-boef Venom geïnspireerde ‘luchador’-maskers, hebben een Iron Maiden-esque, fraai geschilderde albumhoes en beschikken bovendien met hippe labelbaas Steve Aoki (Dim Mak Records) over hun eigen Pedro Winter/Busy P. Maar goed, dit alles zegt natuurlijk weinig over de muziek.

Die blijkt op hun debuut-LP ‘Romborama’ ook prima in orde, al is het vaak wel van een behoorlijk ‘van dik hout zaagt men planken’-niveau. Dit tweetal is er duidelijk vooral op uit om te vermaken en ervoor te zorgen dat een zweterige nachtclub om 3 uur ’s nachts bij voorkeur volledig uit z’n voegen barst. Stampende tracks als ‘Cornelius,’ ‘It’s Better A DJ On 2 Turntables,’ ‘Talkin’ In My Sleep’ en met name ‘Warp 1.9’ bevatten naast electro en four-to-the-floor beats ook vaak een flinke dosis acidhouse-synths, zoals die begin jaren ’90 in zo’n beetje elke club in Europa uit de speakers schalden.

Dat wil overigens niet zeggen dat ‘Romborama’ variatie mist. Er worden leuke uitstapjes gemaakt naar electro-rap (‘Awesome,’ met een gastoptreden van The Cool Kids), haast zoete electropop (‘2nd Streets Have No Name,’ ‘Little Stars,’ ‘Mother’) en duidelijk door ‘Discovery’ geïnspireerde disco-house (‘Fucked From Above 1985’, ‘House No. 84’).

Al met al is ‘Romborama’ een prima plaat, waar als grootste kritiekpunt over opgemerkt kan worden dat het allemaal wel erg VEEL is: de plaat telt 20 tracks en duurt bijna 80 minuten. De tracklisting lijkt ook vrij lukraak tot stand te zijn gekomen, want de plaat mist een lekkere flow. Waar Justice met hun briljante ‘’ in krap 50 minuten 12 ijzersterke nummers lieten horen, verliezen de Bloody Beetroots zich ’n beetje in “veel, vaak en hard.” Wat waarschijnlijk juist hun motto is, dus je kan het ze haast niet kwalijk nemen.

Stroomversnelling

En dan is er nog Boys Noize, oftewel de Duitser Alexander Ridha. In 2007 leverde hij de meesterlijke feestplaat ‘Oi Oi Oi’ af, vol met stampende techno en electro, gegarandeerd om de dansvloer een hele avond en nacht gevuld te houden. Op zijn nieuwe plaat ‘Power’ lijkt hij het, de titel ten spijt, (relatief) rustiger aan te willen doen. Pas bij het derde nummer (het toepasselijk getitelde ‘Starter’) komt de plaat voor het eerst echt in een stroomversnelling, die daarna echter al snel weer verdwijnt.

Ridha lijkt hier vooral geïnteresseerd te zijn in het creëren van beat-experimenten (‘Trooper’) en – daar hebben we het woord weer! – moodmusic, die zich in veel mindere mate op de dansvloer richten dan de beukers op zijn opzwepende eersteling. Wat er helaas toe leidt dat ‘Power’ onaf aandoet en dus een beetje een teleurstelling is. Het is uiteraard te prijzen dat Ridha niet schaamteloos meer van hetzelfde op de plaat heeft geslingerd, het was alleen leuker geweest als de muziek op een nieuwe manier minstens zo spannend zou zijn als die op ‘Oi Oi Oi.’ Het mist power.

In resumé: twee prima platen en één iets mindere, die desalniettemin de electrohouse-fakkel fier omhoog kunnen houden tot de onvermijdelijke terugkeer van de “grote jongens.” En nu dansen, potdomme!

Reint Schölvinck

Volg Mixed Grill op social media