Recensie – Skybombers – Black Carousel

recensie van hun album

Je zou denken dat Australiërs ervaring hebben met grote afstanden tussen steden. Niets bleek minder waar toen wij recentelijk de jonge Australische honden van Skybombers spraken: hun platenlabel had de band op zondagavond in Los Angeles laten optreden, om op woensdagmiddag in Chicago aanwezig te moeten zijn (33 uur non-stop rijden), en op donderdagochtend een radio-optreden in Minneapolis (6 uur rijden)…

Desalniettemin hadden ze er zin in, en legden wij beslag op een exemplaar van hun laatste album Black Carousel. In hun thuisland begint dit album een bescheiden hitje te worden, en inmiddels is de plaat ook via internationale (digitale) distributie beschikbaar.

Black Carousel is boven alles een ROCK-plaat. Niet geheel onlogisch, gezien de samenwerking met producer Rick Parker (Black Rebel Motorcycle Club, Von Bondies). De vaak wat rammelende indie-esthetiek wordt hier achterwege gelaten. In plaats daarvan ligt de voorkeur bij het geluid dat Britpoppers als Oasis en (vooral) Supergrass vaak in hun muziek tentoon spreiden. Bij een eerste beluistering valt vooral de single Lies op, met lekker smerig refrein dat goed blijft hangen. Openingstrack Love Me Like You Used to Do giert ook bijna de bocht uit. Als tegentoon wordt er echter af en toe (titeltrack Black Carousel, One for Two) uitgestapt naar folk-muziek, met harmonieën, wat meer akoestische instrumentatie en, jawel, driekwartsmaten! Op deze sterkere momenten klinken Skybombers als een clubje dat op zomerfestivals hoge ogen kan gooien.

Cowbell

Deze feestklasse blijft helaas niet het hele album intact. Gek genoeg is echter ons grootste kritiekpunt hier en daar de productie. Als je dan toch een cowbell gebruikt, of klappende handen, laat die dan ook duidelijk horen! Scheurende gitaarpartijen worden braaf in de middenmoot gehouden. Hierdoor klinkt het hier en daar veel tammer dan de live-act die wij zagen.

Kort gezegd bevat Black Carousel genoeg sterk songmateriaal om de live shows leuk te maken. Een echte stap vooruit is dit niet – misschien volgende keer een wat gewaagdere productie, en je hebt het tegengif tegen al te introvert gerammel te pakken.

Volg Mixed Grill op social media