Recensie: Sigur Rós / Oneohtrix Point Never – UIC Pavillion, Chicago

jonsi
Foto: Jeremy D. Larson.

Na zichzelf met Agaetis Byrjun op een fantastische manier op het internationale podium te introduceren, is het IJslandse Sigur Rós geleidelijk aan een gevestigde naam geworden in de muziekwereld. De albums zijn steevast feeëriek, de taal onbegrijpelijk, de muziek van stil en ingetogen tot semi-klassiek bombastisch. Kortom, met Sigur Rós wist je waar je aan toe was. Blijkbaar vond de harde kern onder de bandleden dat ook: twee vaste bandleden zijn vrij plotseling ontslagen, en en passant kondigde de band een nieuw album aan voor deze zomer dat een flink stuk verwijderd zou liggen van het oudere werk. Gisteravond kregen wij een voorproefje van dit nieuwe werk tijdens het optreden van de band in het nagenoeg uitverkochte sportstadion van de University of Illinois in Chicago.

Aan de eenmans-act Oneohtrix Point Never de ondankbare taak het publiek “op te warmen”. De drones van Daniel Lopatin waren gevarieerd, warm en kleurrijk, maar het overheersende gevoel was dat het publiek niet echt wist wat het aanmoest met deze muziek zonder expliciete melodie, zonder ritme, en vaak zonder expliciet begin of einde. Een en ander resulteerde in een nogal afstandelijk optreden en ongemakkelijk applaus als het geluid af en toe stil viel. De podiumopstelling hielp ook niet: Lopatin zat “gevangen” in de textielen omlijsting die gebruikt zou worden voor visuals bij de eerste nummers van de hoofdact. Dit had tot gevolg dat mensen achterin de zaal waarschijnlijk niet eens doorhadden dat het voorprogramma al was begonnen.

Gamelan

Dan maar door naar de hoofdact – een collectief dat duidelijk nog niet weet wat het uiteindelijk wil worden. Waar Sigur Rós in vroegere optredens als viertal aantrad, telden we gisteravond 12 muzikanten op het podium. Naast de standaard-instrumenten waren daar een drietal strijkers en een drietal blazers, evenals een gamelan-speler. Er is weinig publieksinteractie, en het geheel voelt meer aan als een orkest dan als een “rockband”. De arrangementen hielpen daar ook bij: veel werk van het aanstaande album Kvelkur bestond uit lang uitgesponnen coda’s met uitsluitend de blazers en strijkers aan het werk. Jonsí’s gestreken gitaar maakt nog steeds onderdeel van de band uit, maar is duidelijk een stuk minder dominant aanwezig dan op het oudere werk.

Gevolg van deze orkestrale aanpak was wel dat er enige frictie ontstond met de “rock show” mentaliteit van schreeuwende bierverkopers en een driftig babbelend publiek. Hoewel de grootte van de zaal het mogelijk maakte om de geweldige audiovisuele live show überhaupt te vertonen, lijkt de groep muzikaal en sfeertechnisch beter geschikt voor een klassieke concertzaal en een zittend publiek. De dikke twee uur setlist hielp ook niet echt: wij hebben zelden zoveel mensen zien flauwvallen bij een concert als gisteravond bij een optreden waar zaken als mosh pits niet bestonden (nog even gegniffeld over het feit dat onze kaartjes voor de “dance floor” waren – hier werden gradaties van stilstaan bereikt die we zelfs bij Belle & Sebastian niet tegenkomen).

Skrillex

Maar dat is allemaal klein zeer. De set was overdonderend. De stokpaardjes van weleer (openen met Svefn-G-Englar, sluiten met Gobbledigook) zijn overboord gegooid. In plaats daarvan was de opener één van de stevigere nieuwe tracks van Kvelkur. Hierbij werd meteen duidelijk wat een hemelse combinatie de muziek van de groep en de visuals die eerst over het hele podium, en later achter de band werden geprojecteerd, eigenlijk was. De setlist haalde tracks uit alle “reguliere” studio albums, evenals een viertal tracks van Kvelkur. Dat viertal wijst inderdaad op een andere richting: de eerder genoemde orkestrale stukken, de stevigere beats, de gamelan, en in het geval van Brennisteinn een ronduit smerige synth-bas die de heer Skrillex nog even achter zijn oor zou doen krabben.

Audiovisueel majestueus, bombastisch, afstandelijk maar toch intiem. Dat lijken de juiste superlatieven voor een band waarvan we dachten dat we ze kenden. Gisteravond werden we verrast. Blij verrast. Hun tour gaat nog wel een tijdje door: Op 23 juni spelen ze op Best Kept Secret. Gaat dat ervaren – “gaat dat zien” is een te lichte uitdrukking voor de emotionele aardverschuiving die Sigur Rós teweeg kan brengen.

Jacco Kuipers