Recensie: Pitchfork Festival 2010, Chicago

pitchfork

Vorig weekend vond weer het jaarlijkse Pitchfork festival plaats. Pitchfork is natuurlijk de gezaghebbende Amerikaanse muziekwebsite, en veel van hun persoonlijke favorieten waren dan ook in het kleine Union Park in Chicago te vinden. Wie er ook was: onze Mixed Grill-redacteur ter plaatse.

Pitchfork is een gemoedelijk, haast naïef festival te noemen. De schaal is klein (3 podia, zo’n 15-20.000 bezoekers), zeker naast grote broer Lollapalooza. Er is geen mooie entree, de twee grootste podia hebben ieder maar een klein videoscherm, de podia hebben een relatief kleine geluidsinstallatie, en er is geen groots vuurwerk of performance art, want: geen geld (een kaartje voor drie dagen kost 90 dollar, hetgeen naar Amerikaanse maatstaven schreeuwend goedkoop is).

Er is een uitgebreide markt voor zaken die in de Amerikaanse indie-scene zo belangrijk zijn, zoals screen print posters, en heel veel vinyl en zelfgemaakte crafty zaken. Het eten heeft een veganistische inslag, maar er was zowaar ook een Indonesische eetgelegenheid (een zeldzaamheid in Amerika).

Rustig

Maar het belangrijkste voor dit festival is natuurlijk de muziek, en daar was genoeg van te vinden. De nadruk lag op Amerikaanse indie rock, met wat uitstapjes naar dansmuziek en hip hop. De vrijdag was een ingekorte dag, die pas om vier uur ’s middags begon. De eerste “grote” act was de Zweedse zangeres Robyn, die zich met haar synthpop met een randje dapper door de hitte vocht. Leuk, maar niet heel bijzonder. Op het naastgelegen podium kwam vervolgens de Canadese groep Broken Social Scene. Van oudsher is de ‘Scene een broedplaats voor Canadees talent – de band heeft onder andere leden als Feist, Emily Haines (Metric) en Amy Millan (Stars) in zich gehad. Deze avond was de opstelling, onder vaste leiding van Kevin Drew en Brandon Canning, duidelijk de “werkeloze” opstelling, oftewel met alle leden die niet ook nog in een grotere band zaten. Tel daarbij op een erg rustige set, en het optreden werd vooral geschikt om rustig achterop het veld te zitten bekijken.

De hoofdact van avond 1 was het Amerikaanse Modest Mouse, een band die aan de overzijde van de oceaan heel groot is, en in Europa duidelijk wat minder. Ook hier was duidelijk sprake van een wat rustiger optreden dan gebruikelijk – de nadruk lag op de wat meer introvertere liedjes, en de stem van frontman Isaac Brock miste het manische geluid dat de albums van de band zo bijzonder kan laten klinken.

35 graden

Dag twee begon net zo warm als dag een eindigde, dus we waren even zenuwachtig over het energieniveau dat zou worden gehaald. Dat bleek mee te vallen – lokale Chicago-helden Netherfriends begonnen fris en vrolijk met hun rammelpop met keyboards, en waren de perfecte opwarmer voor de mooie dingen die zouden komen. Na Netherfriends zakte het tempo bij slow-rockers Real Estate weer een beetje in, zodat men weer wakker geschud moest worden. Daarvoor zorgde het Baskische punk/dance gezelschap Delorean, wiens warme zomerse dance-sound de ideale aanvulling was op het weer, met temperaturen van rond de 35 graden.

Nadeel van de hitte was wel dat de totale publieksgekte, die de optredens van Delorean kunnen veroorzaken, een beetje uitbleef (voor aanvang van het optreden werd bekend gemaakt dat bij elk optreden gratis water werd uitgedeeld aan de voorste rijen, dat bronwater 50% goedkoper werd, en dat er “squirt guys”, oftewel medewerkers met plantensproeiers door het publiek liepen om verhitte mensen weer op de juiste temperatuur te krijgen). Neemt niet weg dat de mannen heel verdienstelijk werk vertoonden, en ongetwijfeld een hit zijn in de dansscene in het Middellandse Zeegebied. Na Delorean was het tijd voor de historisch georienteerde indie-rockers van Titus Andronicus, die mooie maar live weinig inspirerende liedjes over de burgeroorlog speelden (frontman Patrick Stickles eindigde met “if you need to know more about history, go check out a library”). Wu Tang lid Raekwon kon op het naastgelegen podium niet overtuigen, te meer door het beroerde overstuurde geluid. Daar konden de schattige mini-breakdancers niet veel aan veranderen.

Latex

De tweede dag kwam pas weer op stoom bij oudgedienden The Jon Spencer Blues Explosion. Warm of niet, Spencer komt nog steeds in zijn zwarte latex-broek, en scheurt, begeleid door zijn strakke maar bescheiden backing band, op moordtempo door zijn kleurrijke oeuvre. De uitgereikte waterflesjes waren hard nodig… De mannen van Bear in Heaven hadden vervolgens een set met puike pop-liedjes, die wel heel erg aan de Bee Gees deden denken. Zeker niet slecht, maar iets meer onderscheidend vermogen zou de band zeker helpen.

Panda Bear, de solo-uitlaatklep voor Animal Collective-lid Noah Lennox, was vervolgens weer een stap terug: de subtiliteit van zijn muziek vertaalt zich slecht naar het grote podium. Daar was vervolgens ook nog eens niets te beleven – Lennox stond verborgen achter een berg apparatuur, en had geen interactie met het publiek. Gelukkig was daar de hoofdact van dag twee: LCD Soundsystem. En laat het maar aan James Murphy en kornuiten over om een feestje te bouwen. Ondanks Murphy’s overduidelijke frustratie met het podiumgeluid, was de band live een grootmacht: strak, hypnotiserend, verrassend, en gezien hun status in Amerika groot genoeg om een festival als Pitchfork met speels gemak plat te krijgen.

Aftershows

Het voordeel van een festival in hartje stad is de mogelijkheid tot aftershows. Eerder schreven we al over aftershows bij Lollapalooza, maar Pitchfork doet dit ook: het is de ideale gelegenheid voor mensen die geen kaarten voor het uitverkochte festival konden krijgen, en voor bands om zich nog eens extra te profileren. Wij gingen naar de Empty Bottle, alwaar het Californische zomer-rock trio Best Coast hun mooie liedjes konden vertonen, samen met de twee-pop van het piepjonge negental Candy Claws uit Fort Collins, Colorado (op geleende apparatuur, aangezien hun tourbus twee dagen eerder in vlammen was opgegaan), en indie-poppers-met-keyboards Bird Talk.

Dag drie begon met een flinke hoosbui, die even de temperatuur eventjes onder de dertig graden bracht. Daarna ging het qua weer wederom naar tropische waarden. Daar had de duistere rock van Allá duidelijk onder te leiden. Leuker was het optreden van CAVE, in de schaduw onder de bomen bij het kleinste podium. Deze half-instrumentale langharige mannen wisten de voetjes van de vloer te krijgen met hun hypnotiserende dans-rock.

Inmiddels was bij het eerder genoemde Best Coast de ruimte rondom het kleine podium alweer helemaal volgelopen, dus die hebben wij overgeslagen om bij de mannen van Girls te gaan kijken. Gekleed in een outfit die in the Breakfast Club niet zou misstaan, leidde zanger / gitarist Christopher Owens de band door fraaie uitvoeringen van werk van hun debuutalbum Album, steevast begeleid met een dikke glimlach. Na Girls was het tijd voor de dreampop van Beach House, hetgeen opnieuw een goede gelegenheid was om snel weer wat verkoeling te zoeken in de schaduw…