Recensie: Paranormal Activity

Paranormal Activity

Na tien jaar zit er nog steeds leven in de Blair Witch-formule; ‘echte’ mensen die met hun huis-tuin-en-keuken-camera griezelige dingen vast weten te leggen, waarna de tapes “gevonden” worden zodat wij ze in de bioscoop kunnen bekijken. In Paranormal Activity staat een jong stel centraal, dat last heeft van irritante klopgeesten. Maar na een consult met een helderziende wordt duidelijk dat men hier met veel naardere dingen van doen heeft.

Paranormal Activity zit slim in elkaar: elke nacht neemt het vriendje met zijn videocamera de ‘activiteiten’ in de slaapkamer op (nee, niet die activiteiten!) en elke nacht worden deze enger en verontrustender. Als kijker wordt je zo slim geconditioneerd om de nachten, die met simpele titelkaarten worden afgeteld (nacht 1, nacht 8, nacht 15 etc.), te vrezen. Elke keer als het statische shot van de slaapkamer in beeld verschijnt, met weer zo’n titelkaart, krimp je ineen; wat gaat er nu weer gebeuren?

De makers weten de spanning heel effectief steeds verder op te voeren, totdat deze op het eind tot een hoogtepunt komt. Helaas gaat het daar ook ’n klein beetje mis en is de climax minder eng dan bijvoorbeeld de meesterlijke laatste minuten van [REC], de Spaanse horrorthriller die ook al speelde met het idee van ‘gevonden filmmateriaal’. Paranormal Activity maakt zich er vanaf met een nogal goedkoop schrikeffect, dat de verontrustende eerdere scènes lichtelijk teniet doet en er voor zorgt dat er meer een beroep op de lachspieren wordt gedaan. Ondanks deze kleine uitglijer is het grotendeels goed griezelen… en probeer daarna maar eens rustig te gaan slapen!