Recensie: Pantha Du Prince – Black Noise

du prince

Black Noise is het derde album van Pantha Du Prince, een pseudoniem van de Duitse danceproducer Hendrik Weber. En als we het hebben over dance, dan gaat het in het geval van Black Noise om een kruising tussen tribal en minimal house. Bijzonder is de nadruk op de wisselwerking tussen de meerdere tracks op het album, in een wereld waar de single of 12″ nog steeds het meest gangbare medium is.

Om maar met de deur in heus te vallen: Black Noise is niet echt geschikt als dansvloermuziek. Daarvoor zijn de beats niet stuwend genoeg, is de percussie te lastig, en is er te weinig spanningsopbouw om het publiek mee op te zwepen. Stylistisch zit de plaat meer in de hoek van onder meer The Field of het oudere werk van Matthew Herbert, waarbij de samples van Lionel Ritchie van The Field en het keukengerei van Herbert hier zijn vervangen door steel drums en heel veel bellen. Daarnaast doen er ook gastvocalisten mee op de plaat, waaronder Tyler Pope van !!! en Noah Lennox van Animal Collective.

Bij laaststgenoemde kan Pantha Du Prince zich ook wel aansluiten, gezien de nadruk op bellen en klokken in onder meer Stick To My Side en Welt am Draht. Groot gemis is echter het ruwe randje dat Animal Collective’s Merriweather Post Pavillion zo sterk maakte. Black Noise mist ook de euforie van The Field, en het songschrijverschap dat Underworld’s Second Toughest in the Infants zo’n meesterwerk maakte. Wat overblijft is een degelijke plaat, die er helaas niet in slaagt om boven de middelmaat uit te komen.