Recensie: P.F. Thomése – De Onderwaterzwemmer

het nieuwe boek van P.F. Thomése

Het verlies van een dierbare en een vreselijke gemis daarna staan centraal in De Onderwaterzwemmer, de nieuwste roman van schrijver P.F. Thomése.

Het verhaal begint in het najaar van 1944 als het zuidelijk deel van Nederland als bevrijd is, maar boven de rivieren de hongerwinter nog moet komen. Hoofdpersoon Tin (voluit: Martin) mag met zijn vader mee naar de overkant van de rivier. Zijn vader gaat vaker in het geheim naar het bevrijde deel en Tin mag op een nacht voor het eerst mee. Naakt, met hun droge kleren boven hun hoofd zwemmen de twee in de nacht naar de overkant, maar als Tin daar is kan hij zijn vader nergens vinden. Ook na lang zoeken en wachten.

Met deze tragische nacht in de gedachten van de lezer verplaatst het verhaal zich naar Afrika in de jaren 70. Tin en zijn vrouw Vic gaan een bezoek brengen aan een Foster Patents-kind, maar al bij aankomst op het vliegveld blijkt dat Afrika en Tin elkaar niet liggen. De twee ontmoeten een Frans stel en trekken de binnenlanden in. Tijdens een tocht op een rivier komt die bewuste nacht weer naar boven bij Tin, maar dit blijkt slechts een voorbode te zijn van iets veel ergers dat op de loer ligt.

Vreselijke gebeurtenissen in Afrika

Op het moment dat dit noodlot toeslaat, of eigenlijk vlak daarvoor, gebeurde er iets bijzonders tijdens het lezen. Het verhaal vloog me opeens bij de keel. Normaal gesproken volg je als lezer een verhaal als een soort toeschouwer en van een gepaste afstand. Tijdens de vreselijke gebeurtenissen in Afrika merkte ik dat ik steeds sneller ging lezen: hopend op een goede afloop.

In het korte derde deel van het boek is Tin op Cuba. We zien hem daar terug in een zeer ongelukkige situatie, maar wel met met mensen die hem liefhebben om hem heen. Hij blikt terug op de eerdere dramatische gebeurtenissen in zijn leven. Hiermee sluit P.F. Thomése op een in eerste instantie lugubere, maar later toch best mooie wijze het verhaal van De Onderwaterzwemmer af, een boek dat ondanks het snelle noodlot rustig en afstandelijk begint met als snel als een mokerslag binnenkomt. Een zeer indrukwekkend boek van een van de allerbeste en meest veelzijdige schrijvers in de Nederlandse taal.