Recensie: North Coast Music Festival, Union Park, Chicago, 3 september 2011

North Coast

Exact zes weken na de bloedhitte van het Pitchfork-festival togen wij opnieuw richting het pittoreske Union Park aan de westkant van Chicago, ditmaal voor het North Coast festival, oftewel “Summer’s Last Stand”. Waar Pitchfork in juli een sterke nadruk op indie-rock had, zit North Coast meer in de urban- en dancehoek. Ook dit keer duurt het festival drie dagen. Wij waren aanwezig bij de, op papier, sterkste dag: de zaterdag.

Een dergelijk festival is altijd een uitdaging, maar in de Verenigde Staten spelen twee extra moeilijkheden mee: de urban-crowd gaat normaal gesproken niet naar festivals, en de Amerikaanse dance-scene is nog steeds niet zo volwassen als in Europa. Dat was ook duidelijk te merken: Waar op Pitchfork vrijwel geen enkele niet-Amerikaanse act stond, hing North Coast van de Europeanen aan elkaar. Wij hebben een groot gedeelte eerder in de dag overgeslagen, en begonnen op te letten toen Major Lazer begon.

Mash-ups

Iets anders dan bij eerdere optredens was de act dit keer als drietal aanwezig: alleen Diplo (Switch was in geen velden of wegen te bekennen), met een MC en, uhm, danseres. Het optreden was een fijne afwisseling op de rest van de dag, die tot dat moment in het teken van slappe dubstep stond. Alle hits van het debuutalbum kwamen langs, hier en daar omgetoverd in mash-ups (Pon De Floor werd fraai aangevuld door Harry Belafonte’s Day O, Hold The Line ging over in Benny Benassi’s Satisfaction). En ondanks het hoge niveau liep het toch een beetje leeg tijdens dit optreden.

Dit had te maken met het feit dat dit festival voor alle leeftijden was, en “de kids” duidelijk liever bij Rusko wilden staan. De hyperactieve drum ‘n bass / techno / dubstep-act was weliswaar plat, maar bijzonder effectief. Wij lieten ‘m grotendeels links liggen, en verzamelden onze krachten voor de dubbele afsluiter. Local hero Common werd voor de gelegenheid begeleid door een DJ, drummer en pianist, en begon enthousiast voor een vol veld. Het geluid was prachtig, Be blijft live indrukwekkend, maar het was wel een HEEL rustig optreden in vergelijking met het geweld dat ervoor was gekomen en daarna kwam. We hebben oudgediende Carl Cox nog een half uur lang zijn dik-hout-planken clubhouse zien afdraaien. Niet ons ding, maar de man dwingt bewondering af met zijn techniek en zijn enthousiasme na meerdere decennia in dit genre.

yo

Toen werd het tijd voor een act die nog op de “bucket list” van ondergetekende stond: Fatboy Slim sloot de zaterdagavond af. Het begin was niet geheel vlekkeloos, met haperende visuals, maar de mashup tussen Put Your Hands Up van Black & White Brothers en Beyonce’s Crazy in Love maakte duidelijk dat het publiek er zin in had. Ome Norman zelf ook, in zijn Hawaii-bloesje met twee air horns en een dikke glimlach. De visuals kwamen net op tijd terug om onder andere Star 69 te begeleiden.

Standaardformule

De overgangetjes klonken wel cliché-matig, maar het besef dat we hier te maken hebben met de persoon die veel van die clichés heeft uitgevonden maakte een hoop goed. Een hoop, maar niet alles. Fatboy Slim heeft zijn reputatie te danken aan wat meer groovende muziek, zoals te horen in zijn hits Weapon of Choice en good old Rockafeller Skank. Daar was op North Coast niets van te merken: de standaardformule was “grappige” intro (The Supremes, Underworld, Ceee-Lo’s Fuck You, Queen’s Bohemian Rhapsody), gevolgd door een dertien-in-een-dozijn technobeat. Het geheel werd hierdoor wel heel erg plat.

Zo plat, dat we het niet tot het einde hebben afgekeken en daardoor hebben gezien dat STS9 op het hoofdpodium voor de Amerikaanse dansmuziek is wat Grateful Dead is voor de Amerikaanse rockmuziek: een gevestigde naam met een publiek dat niets liever ziet dan lang uitgesponnen improvisaties. Heel effectief, alhoewel het volume van het hoofdpodium zo laag was dat de audio-apparatuur winkel naast het podium hardere beats had.

Hits of anders niet

Het totaalgevoel over North Coast is een beetje gemengd. Het festival is te klein om de echte grote namen aan te trekken (Deadmau5 had in eerste instantie bevestigd, maar is weggekocht door het vele malen grotere Lollapalooza; de organisatie erkent het budget niet te hebben voor artiesten als Tiesto, Girl Talk en Daft Punk). Het Amerikaanse publiek is onvergeeflijk als het op repertoire aankomt: Hits of anders niet. De Amerikaanse muziekscene is alleen in niches echt vernieuwend (denk Girl Talk en het inmiddels ter ziele gegane LCD Soundsystem), maar leunt te veel op Europese artiesten, die echter weer niet de radioplay krijgen om de gewenste hits te krijgen.

Het potentieel tot kruisbestuiving wat op Lowlands zo vaak gebeurt is ook niet aanwezig: “hipsters” mijden North Coast als de pest, en Pitchfork en Lollapalooza hebben het moeilijk om goeie dans-acts te kunnen programmeren. Dus zijn we hier voorlopig aangewezen op individuele acts in kleinere zalen, en op de hoop dat Europese acts af en toe het nut inzien van de grote oversteek.

Jacco Kuipers