Recensie: Lollapalooza 2012 Dag 1 – Grant Park, Chicago

ozzy

Sinds de laatste keer dat we Lollapalooza bezochten, heeft het festivalterrein inmiddels ook de andere helft van Grant Park in Chicago opgeslokt. En da’s wel zo prettig. Waar we tijdens voorgaande edities nog wel eens vast kwamen te staan in een mensenmassa tussen de twee uiteinden van het enorme terrein (2,5 kilometer van het ene hoofdpodium naar het andere), is de toevoeging van een vierbaansweg een verbetering.

Gedurfd

Er is meer verbeterd. In voorgaande jaren wilde de programmering nog wel eens van discutabele kwaliteit zijn; dit jaar is de line-up gevarieerd en bij vlagen zelfs gedurfd. Blijkbaar is het Pitchfork Festival aanleiding geweest om de boel eens flink aan te scherpen. Hulde!

Het festival trekt zo’n 100,000 bezoekers per dag. Een groot gedeelte daarvan arriveerde ‘s ochtends in de afgeladen treinen uit de suburbs. De vertraging die hierdoor werd veroorzaakt zorgde ervoor dat opener Ambassadors net klaar was toen ik het festivalterrein op kwam. Dan maar naar een nieuw toegevoegd podium: Perry (inderdaad vernoemd naar “founding father” Perry Farrell, die zoals ieder jaar zijn “verrassingsoptreden” had op het kinderpodium). Daar was het de beurt aan DJ-duo The White Panda. Technisch niet spannend, en muzikaal absoluut niet vooruitstrevend, maar zeer effectief. Men neme een jaren ’80 syntesizer-hit, of een jaren ’90 alternatieve hit, men voege hier een vette basdrum en wat lauwe techno-synths aan toe, men draaie iedere minuut het volume weg, en voilà: weer een publiekslieveling. Alles prima, maar ik ging verder.

live @ Pitchfork
Michael Kiwanuka

Naar de Britse soul-sensatie Michael Kiwanuka, wel te verstaan. Voor aanvang was all flink wat “buzz” rondgegaan over de jonge zanger, en live bleek dit terecht. Vroeg op de dag bleek het optreden van Kiwanuka en zijn vijf mede-bandleden een onvervalste soul / blues-sensatie. Eigen werk, covers, de man kwam over als een geroutineerde soulzanger in de hoek van een Marvin Gaye of een Otis Redding. Dat zijn niet de kleinste namen om rond te strooien, maar Kiwanuka maakt het waar met songmateriaal en stemgeluid. Een prachtige cover van Jimi Hendrix’ May This Be Love was de kroon op een fantastisch optreden.

Dinosauruspak

Het contrast met Totally Enormous Extinct Dinosaurs kon haast niet groter zijn. Deze wel erg jonge DJ (in dinosauruspak, jawel!) combineerde elektro à la Tiga met big beat-invloeden, geflankeerd door twee dames in eveneens weinig flatteuze outfits. In tweede instantie een lekker tussendoortje in afwachting van wat komen ging. Nieuwe indie-grootheid Sharon Van Etten begon haar optreden door te vertellen dat optreden op Lollapalooza een jaren ’90-droom was die eindelijk uitkwam. Haar set bestond voornamelijk uit songs van het schitterende Tramp, maar live leidt Van Etten aan hetzelfde probleem dat we eerder bij onder meer een Aimee Mann zagen: luistermuziek voor thuis, gekoppeld aan een technisch vaardige maar weinig enthousiaste podiumpresentatie.

Dus werd het tijd om door te gaan naar een Britse band die met het laatste geen problemen heeft: Dry The River. De prachtige cognitieve dissonantie van de lange haren, baarden, tatoeages en metal-shirts samen met de hemelse vocale harmonieën zorgden voor een geleidelijk aan steeds groter wordend publiek. Ik zette het vanmiddag al op Twitter: hier werden zieltjes gewonnen. Komt mooi uit – de band tourt enthousiast door Amerika, en zal de volgende keer waarschijnlijk in een wat grotere zaal kunnen spelen. Leadzanger Peter Liddle grapte nog dat de band onderweg billboards zag voor The Lion’s Den (de Amerikaanse Christine Le Duc), om te melden dat zijn identieke tekstuele verwijzing over iets heel anders ging. Geweldig optreden.

libe@lollapalooza
Sharon Van Etten

Na Dry The River werd het tijd voor een korte pauze: Metric klonk mat op de achtergrond, en dance-knaller Madeon ging niet lekker samen met de volle zon en 35 graden. De eerstvolgende band werd The Afghan Wigs. Blijkbaar vond Greg Dulli het tijd om naast zijn project Twilight Singers ook de oude band weer eens uit de kast te halen. Omringd met maagdelijk witte apparatuur speelde de band in volledig zwart enthousiast werk dat het publiek terugbracht naar de jaren ’90. En daar zat ‘m ook de kneep: The Afghan Wigs speelden op het hoofdpodium, voor een grotendeels leeg veld. Al het andere publiek was hetzij bij Madeon, hetzij bij Die Antwoord.

Bij de Zuid-Afrikaanse rapgroep was het dringen geblazen. En terecht: het drietal is een ideale festivalband. Choquerend, plat, feestelijk, met veel visueel vertoon, maar na een half uur is het eigenlijk wel weer genoeg. Dat vond het publiek in groten getale ook, en men ging zich strategisch positioneren voor Passion Pit. Die band is Groot in Amerika. Met hoofdletter G. Het tweede podium was te klein voor het massaal toegestroomde publiek. Ergens terecht: de populaire band heeft een groot gedeelte van de tour door de VS af moeten zeggen wegens mentale problemen van zanger Michael Angelakos. Daar was niet veel van te merken, maar echt geweldig was de set ook niet. Hoewel het zestal allemaal instrumenten bespeelde, was het maar de vraag wat hiervan “live” was, en wat uit een sequencer kwam gerold. Dan maar door naar het andere podium, waar The Shins een heerlijke set met puntige popliedjes speelden, al ware het voor een wederom leeg veld.

Topless vrouwen

Datzelfde probleem teisterde de laatste act voor de hoofdacts: DJ Zebo. Topless vrouwen, glitterkanonnen en hits konden niet verhullen dat niemand meer zin had in DJs. In plaats daarvan moesten de publieksleden kiezen tussen de twee afsluiters: Bluesrockers The Black Keys en metal-grootvaders Black Sabbath. Ik koos voor die laatste, aangezien ieder optreden van de mannen wel eens het laatste kan zijn.

Daar was op het podium niets van te merken. Ozzy Osbourne was weliswaar na het tweede nummer zijn toonzuiverheid al kwijt, maar het geluid stond als een huis. De gemiddelde leeftijd van het publiek was inmiddels omhoog gevlogen, en het viertal (met naast Osbourne originele bassist Geezer Butler en gitarist Tommy Iomi) gaven een fantastische show weg. Luisterend naar Black Sabbath live, met de apparatuur van vandaag de dag in plaats van wat werd gebruikt bij de oorspronkelijke opnames, werd het duidelijk hoeveel hedendaagse bands er eigenlijk klinken als Black Sabbath. Soundgarden, Life of Agony, Deftones – veel moderne hardere rockbands bouwen hun songs op uit riffs die overduidelijk geïnspireerd zijn op de open, dominante tweeklank van Iomi en Butler. Met War Pigs als overtuigende afsluiter ging ik met een glimlach richting de wederom stampvolle treinen – klaar voor dag 2.

Jacco Kuipers

Meer foto’s van Lollapalooza staan op onze Facebookpagina.

Volg Mixed Grill op social media