Recensie: Living Colour – Double Door, Chicago

Ach ja, Living Colour. Begin jaren ’90 maakte deze band furore door een virtuoze muzikaliteit te koppelen aan een stevige sound en politiek engagement.

Met een aantal bona fide hits (Glamour Boys, afkomstig van het album Vivid en Love Rears Its Ugly Head van album Time’s Up), een bezettingswisseling (oorspronkelijke bassist Muzz Skillings werd vervangen door basbeest Doug Wimbish, die hiervoor onder andere een tour met de Rolling Stones liet schieten) en een overdonderend derde album (Stain) en hieraan gekoppelde tour wist de band zich behoorlijk in de schijnwerpers te spelen. Inmiddels zakte de populariteit van de band weg. Na het commercieel mislukte Collideoscope stopte de band er in 1995 helemaal mee. Zanger Corey Glover richtte zich op Broadway, en de overige muzikanten richtten zich op hun indrukwekkende carrières als sessie-krachten.

Maar dit jaar was de band terug met het nieuwe album The Chair in the Doorway. De tour voor dit album is qua schaal duidelijk kleiner dan wat de band voorheen deed – The Double Door, een voormalige drankgroothandel in de buurt Wicker Park in Chicago, kan niet meer dan zo’n 300 mensen huisvesten. Het kleine podium en de als vanouds gigantische hoeveelheid apparatuur die de mannen meenemen hadden tot gevolg dat er niet genoeg ruimte was voor de drummer van voorprogramma Second Skyn. Deze moest dan ook voor het podium in de zaal plaatsnemen. Dit droeg alleen maar bij aan de feestvreugde: Second Skyn speelt een hilarisch slechte vorm van spierballenmetal, inclusief narcistische frontman, een Life of Agony-achtige cover van Men at Work’s Down Under en een headbangende dubbele gitaarbezetting.

Enthousiasme en spelplezier

Rond half tien was het tijd voor de hoofdact. Een paar dingen zijn duidelijk: nog steeds is de band bijna belachelijk muzikaal. Het bekende repertoire werd voortdurend opgeleukt met uitstapjes naar jazz, reggae of traditionele Afrikaanse muziek. De dreads zijn weliswaar verdwenen (met uitzondering van Wimbish), en Glover heeft er een paar pondjes bij, maar het enthousiasme en spelplezier spatte er vanaf de eerste noten van af. Ook was duidelijk dat Living Colour, net als eerder the Presidents of the United States of America (nog zo’n icoon uit midden-jaren 90) weet waar het publiek voor komt: oud werk. Van opener Middle Man via Desperate People, Go Away, Type en Bi duurde het drie kwartier voordat überhaupt het eerste nieuwe nummer werd gespeeld. Ook was het duidelijk dat Wimbish een belangrijkere rol kreeg toegewezen dan vroeger, terwijl gitarist Vernon Reid zich juist wat meer beperkte tot begeleidend spel.

Het publiek gaf duidelijk aan waarvoor het kwam: men was óf muzikant en kwam om te genieten van topmuzikanten in bloedvorm met de duurste instrumenten en apparatuur, óf men was midden-30 en kwam om te genieten van hits van vijftien jaar geleden. Uw recensent kwam voor beide, en op beide fronten voldeed de band dan ook volledig aan de verwachtingen.

Volg Mixed Grill op social media