Recensie: Laura Veirs, Bitterzoet, Amsterdam

Foto: Paul Kelly

Laura Veirs is een halfjaar geleden bevallen van haar tweede zoon Oz, die mee op Europese tournee is ter promotie van Veirs’ negende album, Warp and Weft. Ze nam de cd op toen ze hoogzwanger was. In het bijgevoegde boekje zijn foto’s van haar te zien met pontificaal naar voren stekende buik, haar gitaar heeft ze handig achter haar heup gezwaaid.

Waarom ze haar zoon Oz genoemd heeft, vraagt iemand wanneer Veirs een pauze inlast om haar akoestische instrument te stemmen. “We vonden het gewoon grappig,” zegt de zangeres. “Mooi kort. Onze eerste zoon heeft juist een lange naam, Tennessee.”

Portland

Veirs is getrouwd met de man die haar laatste zeven albums produceerde, Tucker Martine. Het gezin woont in Portland, Oregon. Qua muziekscene het kleinere, alternatieve broertje van Seattle. Portland bracht bekende indiebands voort als The Shins, The Decemberists en Menomena. Haar thuisstad bezingt de folkzangeres onder andere in het nummer Ten Bridges. Op cd wordt ze hierbij ondersteund door drummer Brian Blades en gitarist Bill Frisell, twee bekende jazzartiesten. Live is het vooral violiste Alex Guy (die tevens het voorprogramma verzorgde) die het nummer cachet geeft met haar woeste uithalen.

Warp and Weft bleef in tegenstelling tot voorganger July Flame een beetje onder de radar. Onterecht, want het is wederom een zeer aangename plaat van Veirs, die grossiert in lieflijke luisterliedjes met een venijnige twist. Zo zingt ze over wapenbezit in thuisbasis Amerika, ‘where everybody’s packing heat.’

Hoewel Veirs aankondigt vooral nieuw materiaal te zullen zingen vanavond, komen ook de betere nummers van July Flame voorbij, zoals het titelnummer en het melancholische Make Something Good, dat Veirs met goede vriend Jim James (My Morning Jacket) opnam. Dat er veel oudere fans in de zaal zijn, blijkt wel als Veirs het nummer Rialto inzet, van Year of Meteors (2005).

Muziekles

Het duurt even voordat Veirs in de kleine Bitterzoet haar zangstem gevonden heeft. Waar ze gewoonlijk zacht en warm klinkt, zijn de hardere uithalen aan het begin van de avond ronduit schel. Het optreden heeft ook een hoog gezelligheids- en keuvelgehalte. De opgewekte Veirs is als een beminnelijke basisschoollerares die op woensdagmiddag muziekles komt geven. ‘Good clapping,’ zegt ze bemoedigend na toegiftnummer Pink Light.

Maar dat de moeder van twee ook nog flink kan rocken, bewijst ze in uitsmijter That Alice. Net als het eerder gespeelde White Cherry een ode aan jazzharpiste Alice Coltrane, vrouw van saxofonist John Coltrane. Veirs schudt met haar halflange blonde haren en gaat haar gitaarsnaren te lijf totdat ze bijna springen. Als ze dan ook nog op haar knieën op het podium gaat liggen, komt weer even het kleine meisje naar boven, dat vroeger ongetwijfeld rocksterren nadeed op haar slaapkamer.

Saskia Naafs