Recensie: Inglourious Basterds

filmposter

Quentin Tarantino legde in een interview ooit uit dat zijn films zich in twee verschillende werelden afspelen: het ‘Realer Than Real Universe’, een realiteit die erg lijkt op de onze, alleen net iets meer ‘over the top’…en het ‘Movie Movie Universe’, de wereld van films, waarin de “realiteit” een stuk buigzamer is en door Tarantino bedachte personages in theorie bijvoorbeeld Dirty Harry tegen het lijf zouden kunnen lopen.

Reservoir Dogs, Pulp Fiction en het door hem geschreven True Romance (regie: Tony Scott) spelen zich in de eerste ‘wereld’ af, From Dusk Till Dawn (regie: Robert Rodriguez) en de Kill Bill films in de tweede. (Jackie Brown is een uitzondering, omdat de film gebaseerd is op een boek van Elmore Leonard. Dit is volgens Tarantino een wereld op zich.)

Verbazend is dat Tarantino claimt dat zijn nieuwste rolprent, Inglourious Basterds, in het ‘Realer Than Real’ universum thuis hoort. Vreemd, want de film speelt zich weliswaar af in bezet Frankrijk ten tijde van de Tweede Wereldoorlog, maar zoals de Sergio Leone-esque titel van het eerste “hoofdstuk” – “Once Upon A Time in Nazi-occupied France…” – al aangeeft, draait het hier uiteindelijk maar om één ding: film. De regisseur trekt opnieuw een blik referenties en hommages open, van Leone tot Kubrick (de soundtrack vol met Ennio Morricone, een clevere Mike Meyers-als-Peter Sellers cameo, en ga zo maar door).

De ultieme wraakfilm

De afgelopen tijd hebben sommigen zich afgevraagd of het wel zo kies van Tarantino is om een film te maken die op hilarische, maar vooral ook zeer bloedige wijze een loopje met de geschiedenis neemt. Een groepje Amerikaans-Joodse soldaten trekt onder leiding van hillbilly-lieutenant Aldo Raine (een in de loop van de film steeds cartoonesker wordende Brad Pitt) al moordend en verminkend door Frankrijk, met slechts één doel: nazi’s over de kling jagen, dan wel zwaar lichamelijk letsel toebrengen. Het is de ultieme wraakfilm, een thema waar Tarantino zijn hele carrière al door gefascineerd is.

Zeggen dat Inglourious Basterds daadwerkelijk over de Tweede Wereldoorlog gaat is net zoiets als beweren dat Airplane! een serieuze film over de luchtvaart is. Het is duidelijk niet Tarantino’s bedoeling om een gewichtig statement te maken over de pijn en futiliteit van oorlog… maar ook is hij er niet op uit om schaamteloze geschiedvervalsing te plegen.

Inglourious Basterds is een propagandafilm, zoals die wellicht in 1941 gemaakt zou kunnen zijn. Net zoals Captain America hierboven, ook in 1941, Hitler een ferme fictieve kaakslag toedient, zo geeft Tarantino alle joodse jongetjes, die van hun (groot)ouders over de gruwelijkheden van het Derde Rijk hoorden, een opruiende film waarin (SPOILER!) ZIJ het winnen van de nazi’s en de kracht van – en liefde voor – cinema alles overwint. De ultieme ‘wish-fulfilment.’

Toch is Inglourious Basterds niet het ruige, met bloed doordrenkte ‘men on a mission’ aktievehikel dat je, op basis van de trailer en Tarantino’s eigen verhalen in de loop der jaren, zou verwachten. De actiemomenten zijn kortstondig en abrupt en er wordt, zoals het een Tarantino-film betaamt, vooral veel gepraat…. heel erg veel gepraat (met name door de aalgladde, opportunistische nazicolonel Hans “The Jew Hunter” Landa, een briljante rol van Christoph Waltz).

The Bear Jew

Grote delen van de vertelling zijn Pitt en zijn schoften niet in beeld en focust de film zich op het aan de dood ontsnapte, Joodse meisje Shosanna (Mélanie Laurent), die in Parijs een klein filmtheater bestiert. In dit bioscoopje, tijdens de première van de door Goebbels geproduceerde propagandafilm ‘Nation’s Pride’ (in werkelijkheid geregisseerd door regisseur Eli Roth, zelf Joods en in de film te zien als “The Bear Jew” Donnie Donowitz) komt uiteindelijk alles samen.

Het feit dat Tarantino een propagandafilm als belangrijk plotelement opvoert maakt eens te meer duidelijk wat zijn bedoelingen zijn: cinema heeft de kracht om zowel hoop te bieden als te corrumperen, lijkt hij te willen zeggen. Hitler en Goebbels worden neergezet als karikaturen, zoals die tijdens de oorlog in spotprenten  te zien waren: laffe, minne mannetjes met rubberen, valse tronies die slechts één ding verdienen: een hele rits kogels in hun donder.

Zoals in Death Proof (volgens de regisseur ook ‘Realer Than Real’) het tweede deel van de film commentaar leverde op het eerste deel, zo is hier de laatste acte een overgang van de relatieve “werkelijkheid” naar een wereld van complete fictie… van het ene universum naar het andere, dus. In Death Proof was dat precies andersom: het eerste deel was een ‘slasher-film’ waarin onschuldige meisjes op gruwelijke wijze aan hun eind kwamen, in het tweede deel maakten een andere groep “echte” meiden op krachtige wijze korte metten met hun belager. Zo wist Tarantino dus heel slim zijn twee werelden te verenigen.

Ook in Inglourious Basterds haalt hij weer een slim trucje uit: als Shosanna zich op de tonen van David Bowie’s (uiteraard volledig anachronistische) ‘Cat People’ voorbereidt op de première en het vijfde hoofdstuk (“Revenge of the Giant Face”) begint, zijn we als publiek in zijn eigen propagandafilm beland. En of je zijn conclusie nu wel of niet door de beugel vindt kunnen, als toonbeeld van de kracht van pure cinema is het glorieus. In- en in-glorieus.

Recensie: Reint Schölvinck