Recensie: Gainsbourg (Vie héroïque)

filmposter

Ik weet nooit zo goed waarom je een speelfilm wilt maken over een bestaand persoon, dood of levend, en over zijn/haar leven of oeuvre. Hebben we daar niet biografieën, documentaires en Wikipedia voor? Dit artistiek gezien nogal lauwe wapenfeit heet ‘de biopic’. Gainsbourg (Vie héroïque) is zo’n biopic, over Serge Gainsbourg welteverstaan, één van de sympathiekste Franse zangers.

In deze film komen we veel te weten over het leven van Gainsbourg, maar weinig over zijn werk. We krijgen al zijn affaires te zien, in chronologische volgorde: Juliette Gréco, France Gall, Brigitte Bardot, Jane Birkin, en tenslotte Bambou, waarmee hij samenblijft. Over zijn muzikale carrière horen we weinig. Op het moment dat hij zijn meesterwerk Histoire de Melody Nelson pent, krijgen we te zien hoe Gainsbourg een hartaanval krijgt en op het moment dat hij ontslagen wordt uit het ziekenhuis, speelt de volgende scène zich alweer af op Jamaica, alweer heel wat carrièremoves verder. Conclusie: het leven van Gainsbourg is niet spannend genoeg om een hele film te dragen en het oeuvre van Gainsbourg is te goed om te negeren in een film over hem zelf.

Hopelijk ontdekt mijn generatie via deze film wel de genialiteit van Serge Gainsbourg. Want wat niet duidelijk wordt in deze film is dat hij een erg gedurfd artiest was, die het Franse chanson spuugzat was en toen uit het niets funk vol soul en reggae ging maken. Dat leverde een heleboel gave platen op begin jaren ’70 en die moeten nodig herluisterd worden door eenieder!

Uitvergrote parodie

Striptekenaar Joann Sfar maakt met deze Gainsbourg-biopic zijn regiedebuut en dat doet ie goed. De visuele kunstjes in deze film zijn prachtig en er is goed te merken dat Sfar zijn eigen tekenkunsten gebruikt voor deze film. Het bizarste voorbeeld hiervan is nog wel het rare wezen dat fungeert als het duiveltje op de schouder van Gainsbourg. Op de gekste momenten duikt hij weer op, met zijn ontzettend uitvergrote parodie op een ‘Jodengok’. De kunsten die op het doek vertoond worden, helpen deze film dan ook ruimschoots uit de middelmatigheid. Zonder de extra’s was deze film een behoorlijk saaie affaire geworden, die niets had toegevoegd aan een smeuiige documentaire over de jeugd en het liefdesleven van Gainsbourg.

Tel daar prima acteerprestaties van iedereen in de cast, behalve Lucy Gordon, die in haar laatste rol (ze pleegde zelfmoord na het voltooien van deze film) Jane Birkin neerzet als een natte krant en een erg grappige gastrol van gelauwerd Nouvelle Vague-regisseur Claude Chabrol bij op en je kunt spreken van een geslaagd regiedebuut van Sfar. En toch hoop ik dat hij de volgende keer komt met een eigen script en weer een heleboel van die grappige stripverhaaltjes en rare mannetjes.

Luc Verhaegh