Recensie: Black Swan

recensie black swan

“Ambition makes you look pretty ugly”. Thom Yorke zong het in 1997 al. En in Black Swan, de met positieve kritieken overladen nieuwe film van Darren Aranofsky (onder meer Pi, The Wrestler, Requiem for a Dream), wordt dit op een pijnlijk mooie manier duidelijk gemaakt. Deze surrealistische ballet-thriller, met in de hoofdrol Natalie Portman, gaat over een ballerina die in haar onophoudelijke jacht naar de hoofdrol geleidelijk aan de grip op de werkelijkheid begint te verliezen.

Zwanenmeer

Portman speelt Nina Sayers, een jonge, getalenteerde ballerina in een niet nader genoemde balletgroep onder artistieke leiding van de charismatische maar hyperdominante Thomas Leroy (Vincent Cassel). Als start van het nieuwe balletseizoen moet een hoofdrolspeelster worden gekozen voor de uitvoering van Tchaikovsky’s Zwanenmeer. De gekozen ster wordt ook de vervanger van de oude frontvrouw Beth Macintyre (Winona Ryder). Nina doet auditie en is met haar obsessie voor perfectie de beste kandidate voor de witte zwaan uit het stuk, maar heeft het moeilijk met de sensuelere rol van de zwarte zwaan. Die lijkt juist op het lijf te zijn geschreven van Lily (Mila Kunis), een nieuwe danseres in de balletgroep.

Thomas geeft Nina de rol, waarna zij probeert de zwarte zwaan in zichzelf te vinden. Dit blijkt moeilijker dan gedacht, gezien haar normale manier van werken (het zoeken naar de perfecte techniek), die lijnrecht ingaat tegen de meer intuïtieve werkwijze die Thomas probeert te krijgen. De thuissituatie is niet veel beter: Nina woont samen met haar obsessieve moeder (Barbary Hershey). De concurrentie met Lily gaat geleidelijk aan over in een dysfunctionele vriendschap, en er gebeuren steeds meer onmogelijke dingen in de wereld die Nina ziet.

Perfectionisme

De kracht van deze film zit in het ongemak dat Aranofsky weet op te wekken. De film is geschoten vanuit het perspectief van Nina (een rol waarvoor Portman overigens tot op het randje van eng is afgevallen), bij wie het de vraag is of ze een betrouwbare verteller is. Haar perfectionisme blijkt uit de geluiden die zijn gebruikt in haar dansscènes – het geschuifel en gesteun van de danseres staat in schril contrast met de schoonheid die het eindresultaat moet kunnen tonen.

Daarnaast is Nina eigenlijk geen sympathiek karakter – de enige die in de buurt van sympathie komt is Lily, en daarvan is het maar de vraag in hoeverre haar handelingen waarheidsgetrouw worden vertoond. Een tweede sterke punt is het gevoel van instabiliteit, dat ook in de betere horrorfilms voorkomt: je weet eigenlijk nooit zeker wat er gaat gebeuren, hetgeen de film spannender maakt dan wanneer er makkelijkere schrik-effecten zouden worden toegepast.

Bijzondere vermelding

Een bijzondere vermelding verdient ook de soundtrack van Aranofsky-oudgediende Clint Mansell, die de oorspronkelijke muziek van Tchaikovsky al net zo ongemakkelijk versleutelde. Enige nadelen dat wij konden vinden is dat het, mede gezien de stroeve relatie die Nina met de wereld (en dus de kijker) heeft, lang duurt voordat de film je naar binnen zuigt. Daarnaast ligt de symboliek van het contrast tussen wit en zwart er soms wel heel dik bovenop – vooral de keuze van kleding en het interieur van het huis van Thomas zijn een beetje teveel van het goede.

Dit zijn echter kleine kritiekpunten op een bijzondere film. Black Swan is bijna twee uur “uneasy watching”, maar des te bevredigender als de verlossing (?) komt.