Recensie: Apparat – Devil’s Walk

het album van Apparat

Ahhh, herfst. Blaadjes vallen van de bomen, dagen worden korter, en introverte experimentele muzikanten brengen massaal nieuw werk uit. Deel 1 van deze “bliepknorploing-week” betreft het vierde album van Apparat, het pseudoniem voor de Duitse muzikant Sascha Ring. Het album is al enige tijd uit, maar verdient naar onze bescheiden mening meer aandacht dan het tot nu toe gekregen heeft.

Apparat is door de jaren heen niet bang geweest het roer muzikaal om te gooien. Na een begin in dansvloer-techno, verschoof de muziek van Ring steeds verder naar ambient. Op dit laatste album wordt de weg naar elektronische popmuziek bewandeld. Het resultaat is in ieder geval het meest toegankelijke, en waarschijnlijk het beste, album dat Apparat door de jaren heen heeft uitgebracht.

Devil’s Walk begint relatief zwak. De (vrijwel instrumentale) opener Sweet Unrest is absoluut mooi met haar gesamplede koorzang aan handgeklap en een percussief geluid dat nog het meeste op een klokkenwinkel lijkt. Daarna lijkt Apparat hetzelfde probleem te krijgen als op eerdere albums: zwakke vocalen. Op Song of Los wordt een interessante brommende baslijn weggedrukt door een vlakke zanglijn die klinkt als het zwakke broertje van Jens Lekman. Black Water klinkt als een afdankertje van M83. Net op het moment dat we overwogen dit album af te schrijven ging het roer echter om: Goodbye valt het beste te beschrijven als “spookachtig” met zware piano, echoënde akoestische gitaar en meerdere gelaagde zangpartijen.

Naklapperen

De echte magie zit ‘m echter in het tweede gedeelte van het album. Daar lijkt het verleden van Ring (loops uit de techno-hoek, onnatuurlijke beats en echo uit de ambient-wereld) opeens aansluiting te krijgen met de meer vocale stijl van nu. De vocalen worden ook een stuk sterker: op z’n best klinken ze als een lichtere versie van Thom Yorke, dan wel als Depeche Mode’s Dave Gahan. Muzikaal gebeurt er ook meer. The Soft Voices Die is een fantastische oefening in gedisciplineerde opbouw met een xylofoon / keyboardlijn die aan de andere kant van het stereo-spectrum “naklappert”. Halverwege dit nummer gaat de spanning in overdrive als de strijkers en drums worden toegevoegd. Ash. Black Veil is een hyperactieve gesamplede gitaarlijn met ver weg klinkende piano, hoog gestreken violen en een bezwerende zanglijn die de dromerige sfeer verder versterkt. A Bang in the Void profiteert opnieuw van een meesterlijke geleidelijke opbouw van instrumenten. Op afsluiter Your House is My World lijkt Apparat nog het meeste op een begrijpelijke Jonsí van Sigur Ros.

Ons jaarlijstje gaat Devil’s Walk waarschijnlijk net ontlopen. Daar zou het op hebben gestaan als dit een EP was geweest, of als we de vinyl-versie hadden gehad en alleen kant B zouden luisteren. Met een wat gedisciplineerde productie en songkeuze is Apparat echter wel degelijk in staat om naar dat meesterwerk toe te werken, en dat biedt hoop voor de toekomst. Wat overblijft is een half dozijn ijzersterke songs, en een aantal nummers waarvoor de “forward” knop op CD-spelers en MP3-spelers is uitgevonden. En da’s al gauw beter dan een hoop platen die met een hoop meer bombarie zijn uitgekomen dit jaar.

Jacco Kuipers

Volg Mixed Grill op social media