Het lijstje van vandaag is afkomstig van onze redacteur Jacco Kuipers. Hij woont al een aantal jaar in het Amerika en heeft daarom een andere kijk op zaken dan wij hier in Nederland. Net als Jacco’s smaak is ook zijn lijstje heel divers. De door hem genoemde albums zijn toegevoegd aan onze playlist op Spotify: Mixedgrill: the best of 2011
Albums:
- The Low Anthem – Smart Flesh.
Vanaf de eerste aarzelende harmonie in Ghost Woman Blues blijkt de band het moeizame schrijfproces prachtig te hebben doorstaan. De vaste ingrediënten zijn er nog steeds: een flinke basis in country / folk, maar niet bang voor rock / semi-klassiek / blues en haast kerkelijke koorzangen. En och, de koorzangen… - Apparat – Devil’s Walk.
Ik schreef destijds dat dit waarschijnlijk geen voer voor jaarlijstjes was. De praktijk wees anders uit: Devil’s Walk is een vaste kracht op de MP3-speler geworden. Zelden zo’n sterke studie in zelfverzekerde opbouw gehoord. Niet elk liedje moet per se een “hook” hebben die binnen een halve minuut te horen is – Apparat bewijst dat de anticipatie haast mooier kan zijn dan de ontlading, de jacht mooier dan de vangst. - Black Lips – Arabia Mountain.
Nu de Amerikaanse Midwest zich klaar maakt om gedurende vier maanden onder sneeuw en ijs bedolven te worden, is het moeilijk voor te stellen dat er onlangs nog zoiets was als een zomer. Een hele hete zomer, met de nieuwe, wat gladdere Black Lips als de ideale plaat om met het raam open mee te blèren. - James Blake – James Blake.
Hier kwam de hype pas in januari op gang. En bleek er “Stateside” wel degelijk een publiek te bestaan voor intelligente elektronica. Blake slaagt erin om de koele instrumentatie een hart en ziel te geven. - Tim Hecker – Dropped Pianos.
Ravedeath 1972 was al mooi. De sfeerstudie ging nog een stuk verder terug naar de pure essentie van Hecker’s muziek. Voornamelijk (licht geprepareerde) piano, elektronisch gemanipuleerde reverb, en heeeeel af en toe de zoemende bassen van Ravedeath. Ook de nominatie voor beste “slapen in een vliegtuig”-plaat van 2011.
De “Jaar te laat award”:
- Califone – All My Friends are Funeral Singers.
Vorig jaar was er al het vermoeden dat dit een juweeltje was. Het duurde echter tot 2011 voordat het kwartje echt viel. De titeltrack bezorgt nog steeds kippenvel, Polish Girls heeft prachtige eenvoud met onbegrijpelijke symboliek, 1928 lijkt een Tom Waits-vehikel. Geniaal.
Concerten:
- James Blake – Pitchfork Festival.
Ook wel – hoe krijg je een Amerikaans (dus luidruchtig, per definitie dronken en vaak stomvervelend) festivalpubliek muisstil. Vanaf het eerste nummer bekroop bij iedereen tegelijk het “WTF”-gevoel – Blake had nog niet eerder voor een groter publiek gestaan in de VS, en is niet op de radio te horen. Mijn mede-bezoeker zei het na afloop het beste toen we richting Animal Collective liepen: “after a show like this, anything is a buzzkill. Let’s go home”. - Portishead – Aragon Ballroom.
Zouden ze het na al die jaren nog kunnen? En hoe. Het geluid was nagenoeg perfect, de sfeer ondanks de grote badkuip die de Aragon Ballroom heet (Obama doet hier zijn fundraisers. ZO groot) geweldig, en Gibbons kan nog steeds met speels gemak het publiek om haar vinger winden. Roads heeft mijn stem als het dikste kippenvel dat ik in jaren bij een concert hebben gehad. - The Low Anthem – Empty Bottle.
Het was zeker niet het makkelijkste optreden dat de band ooit heeft gehad, maar men worstelde zich dapper door de technische haperingen heen. Toen de band door kreeg dat het (weliswaar schandalig kleine) publiek het allemaal prachtig vond, herwon het haar zelfvertrouwen en eindigde met een hartverscheurend drietal onversterkte songs met vierstemmige zang en akoestische gitaar. - Arcade Fire / The National – UIC Pavillion.
“It ain’t bragging if you can back it up”. Oftewel, als je echt goed bent, is het helemaal niet erg als je een beetje gehyped wordt. Arcade Fire is een hype. Maar volledig terecht. Het op plaat vaak spannendere The National werd live met speels gemak uit de schoenen geblazen door de hyperactieve Canadese band. Het geluid was prachtig, de visuals indrukwekkend, en meerdere mensen in het publiek stonden te huilen van geluk. Dan ben je eigenlijk best wel goed. - Elvis Costello & The Imposters – Chicago Theater.
Vader Costello negeerde maar weer eens een keer het feit dat hij richting de leeftijd gaat waarop de meeste mensen zich beginnen af te vragen waar en hoe het pensioen gaat plaatsvinden. In plaats daarvan trok hij tweederde van de eveneens op leeftijd zijnde Attractions en een piepjonge bassist mee in zijn kielzog van rockende songs, scherpe observaties en onvervalst speelplezier. Het publiek (veelal van zijn leeftijd) kon hem en zijn 3.5 uur durende set maar met moeite bijbenen. Het bewijs dat Costello verplichte educatieve kost is voor elk bandje dat overweegt om het podium op te gaan om mensen te entertainen.
De “Tijd voor pensioen”-award:
- Primus – Congress Theater.
De eerste keer, in 1993, bracht ondergetekende het hele optreden van Primus op Lowlands in haast religieuze trance al crowdsurfend op het publiek door. Hetzelfde rariteitenkabinet is anno 2011 vervallen tot vervelende jamrock, zonder enig gevoel voor nuance, humor of spanning. En bevestigt en passant nog even het stereotype dat technisch hoogwaardige muzikanten vaak vervelend worden in hun eigen geneuzel.
De “Nog lang geen tijd voor pensioen”-award:
- DJ Shadow – Pitchfork Festival.
Het kan iets met de temperatuur en daaraan gekoppelde alcohol-inname te maken hebben gehad, maar oudgediende DJ Shadow had ook mij weer eens ouderwets aan het stuiteren. De visuals werkten niet wegens een overvloed aan daglicht, maar de glimlach van de man zelve toen zijn “bol” met de open kant naar het publiek werd gedraaid sprak boekdelen: Hij vindt het nog steeds leuk. En ik hem ook.
Boeken:
- James Gleick – The Information.
Wie had ooit gedacht dat een boek over informatietheorie een regelrechte page-turner zou zijn? - Stephen Fry – The Ode Less Traveled.
Stephen Fry die uitlegt hoe je poëzie moet schrijven. Ik denk dat als Stephen Fry zijn boodschappenlijstjes zou uitgeven, het nog steeds beter zou zijn dan 99% van wat er vandaag de dag aan literatuur uitkomt. - Ali Shaw – The Girl with Glass Feet.
De literaire bijlage bij Agaetis Byrjun van Sigur Ros. Los van het Romeo & Juliet-esque thema van de onmogelijke liefde is vooral de sfeerschets indrukwekkend. - Laurent Binet – HhhH.
Een meta-geschiedenis over Reinhard Heydrich, één van de kwade genieën in Nazi-Duitsland. Normaal gesproken sla ik boeken over WOII over, maar de meerwaarde zit ‘m in de bespiegelingen van Binet over hoe het schrijfproces in z’n werk ging, tussen de geschiedenis-hoofdstukken door. - Neal Stephenson – Reamde.
Eigenlijk te dik, met een veel te langdradig einde en een plot die in 24 niet zou weerstaan, maar de ideeënmachine Stephenson weet hier en daar pure diamantjes in het moeras van Reamde te stoppen.
De “Niet van dit jaar, wel het beste boek dit jaar gelezen”-award:
- Alex Ross – The Rest is Noise.
De muziekcriticus van The New Yorker behandelt in een adembenemde verhaallijn de geschiedenis van de klassieke muziek in de 20e eeuw. De echte kracht is de koppeling van componisten aan de sociale, economische en politieke omgeving. De beschrijving van het spelen van de symfonieën van Sjostakovitsch tijdens het beleg van Stalingrad is waarschijnlijk het krachtigste beeld dat ik dit jaar heb gezien.
Videogames:
- Elder Scrolls V: Skyrim.
Denk ik. Na een dikke 60 uur is de belangrijkste verhaallijn nog niet begonnen. Verwacht de definitieve recensie zo ergens rond 2014. - Fallout: New Vegas.
Soortgelijke engine als Skyrim, maar met één belangrijk voordeel: een non-lineaire collectie verhaallijnen. En in tegenstelling tot de Elder Scrolls serie de mogelijkheid om na een “good” en “evil” playthrough ook nog een “kill everything” ronde te doen. - Civilization V.
Niet zo’n impact als Civ IV Beyond the Sword destijds had, maar zeker dikke pret om de stadstaat Brussel met de grond gelijk te maken.
De “are you f****** kidding me?”-award: Duke Nukem Forever
Lees verder:
The Low Anthem - Charlie Darwin
Arcade Fire - The Suburbs
Recensie: Elvis Costello & The Imposters - Chicago Theatre, 15 mei 2011
Recensie: The Low Anthem - Empty Bottle, Chicago
Jaarlijstjes: de 50 beste songs van 2011 volgens Mo Banadji
Jaarlijstjes: de 11 beste liedjes van 2011 volgens Saskia Naafs
Jaarlijstjes: de 7 beste albums van 2011 door Niels van den Berg
Recensie: Shut Up and Play the Hits
